‘Ik mik op de kampioenschappen, maar dat is eigenlijk een cliché’ aldus Laurens Sweeck

Het Belgische veldritseizoen 2026‑2027 wordt zondag op gang getrapt in Dendermonde. Door het wegvallen van de cross in Essen krijgt de zware Borremans Mosselcross de eer om de winter te openen. De winnaar gaat er naar huis met 100 kilogram mosselen, maar voor Laurens Sweeck draait het om meer dan prijzen alleen. Na zijn zware val in Loenhout, tussen Kerst en Nieuw, begint hij aan een seizoen dat vooral in het teken staat van opnieuw opbouwen.
Lange revalidatie, vroege voorbereiding

Sweeck kijkt opvallend nuchter terug op de voorbije maanden. ‘Het voelt niet anders aan dan andere jaren,’ zegt hij tijdens de ploegvoorstelling van Crelan‑Corendon in Berchem. ‘Ik ben er alleen wat langer tussenuit geweest.’ De val in Loenhout hield hem 4,5 weken volledig van de fiets. ‘Toen kon het echt niet. Ik heb niets geforceerd omdat ik wist dat ik sowieso niet meer in het veld zou kunnen rijden. De eerste week was bijzonder pijnlijk. Dan ben je bijna uitsluitend met je blessure bezig.’ Toch vond hij één lichtpuntje: extra tijd met zijn gezin. ‘Maar dat was dan ook het enige positieve kantje.’ Omdat hij langer moest herstellen, begon Sweeck vroeger aan zijn zomertrainingen. ‘Ik had meer tijd nodig om conditioneel terug op niveau te komen. Eens de zomer er was, is alles hetzelfde gelopen als andere jaren.’
Groepstrainingen en veldwerk
Crelan‑Corendon trainde vanaf begin augustus wekelijks in het veld. ‘De laatste vijf weken hadden we elke woensdag groepstraining. Lichtaart is nog altijd populair, maar iedereen traint daar los van elkaar. Wij zijn ook in Herentals gaan trainen omdat de crosstoer in Lichtaart nog niet open was.’
Ambities: realistisch en herkenbaar
Wanneer het over doelen gaat, blijft Sweeck voorzichtig. ‘Ik zei daarnet dat ik mik op de kampioenschappen, maar dat is eigenlijk een cliché‑antwoord. Ik wil gewoon een goed niveau halen. Alleen dan kom je het drukke programma goed door, en dan sta je automatisch in goede conditie aan de start van de kampioenschappen.’
Over Van der Poel en Van Aert: ‘Dat is toch niet onze fout?’
De vraag die veldrijders nooit graag horen: de aandacht voor de cross piekt pas wanneer Mathieu van der Poel, Wout van Aert of Thibau Nys instappen. Stoort dat? Sweeck reageert zonder omwegen: ‘Mij maakt het niet uit. Zij kiezen zelf wanneer ze beginnen. Eens zij meerijden, zijn de spotlights op hen gericht, maar dat is toch niet onze fout, van de echte crossers? Dat doen jullie, de journalisten. Natuurlijk zijn zij de grote namen. Het is logisch dat er meer aandacht naartoe gaat.’
Twaalfde seizoen, blik op het verleden
Sweeck moet even tellen wanneer hem gevraagd wordt hoeveel seizoenen hij al meedraait. ‘Tijdens mijn eerste jaar bij de elite was het EK in Lille, dus dit wordt mijn twaalfde seizoen.’ Zijn beste jaar? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. ‘Dat was het seizoen waarin ik de Wereldbeker won (2022‑2023). Toen heb ik een gans jaar op een heel hoog niveau kunnen presteren.’
Kalender blijft overeind
Ondanks het verdwijnen van enkele crossen blijft Sweeck optimistisch. ‘Dat er crossen verdwijnen is nooit goed, maar tegelijkertijd komen er andere in de plaats. Het is niet zo dat de kalender inkrimpt. Op dat gebied ziet het er nog wel goed uit.’
Bron : Laurens Sweeck
Foto’s : ploeg




