De Belgische mountainbikesport staat op een kantelpunt. Met het WK in Val di Sole in zicht blikt bondscoach Jeff Luyten niet alleen vooruit op de kansen van zijn selectie, maar ook op de bredere staat van het mountainbiken in eigen land. De delegatie die eind augustus naar Italië afreist, is klein maar bevat volgens Luyten voldoende kwaliteit om zich in de subtop te mengen, vooral bij de jeugd. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de sport structureel een duwtje in de rug nodig heeft om duurzaam te groeien.
Bij de junioren rekent de bondscoach op een lichting die internationaal al meermaals haar waarde bewees. Aloïs Lorge en Jari Van Lee behoren volgens hem tot de tien beste junioren ter wereld en mogen op het WK opnieuw op die top tien mikken. Ook bij de meisjes ziet Luyten progressie: Liese Geuens blijft elk jaar stappen zetten en krijgt in Val di Sole vooral de opdracht om te genieten en ervaring op te doen. In de U23-categorie zijn de ambities noodgedwongen beperkter. Blessures bij Antoine Jamin en Adrien Anciaux zorgen ervoor dat enkel Sverre Van Lee aan de start verschijnt. Zijn top 20 op het EK toont potentieel, maar in een WK‑veld met sterke niet-Europese landen zou een plaats binnen de top 30 al een knappe prestatie zijn.
De elites beleven een wisselvallig seizoen, maar tonen net op tijd tekenen van herstel. Jens Schuermans kampte met een longvirus, Pierre de Froidmont met pech en lekke banden, maar beiden lijken opnieuw op niveau na een geslaagde hoogtestage. Bij de vrouwen zit Emeline Detilleux in een positieve flow na een moeilijk vorig jaar. De bondscoach hoopt in de elitecategorie op resultaten tussen plaats acht en zestien, een realistische ambitie gezien de recente vormcurve.
Dat de WK-selectie beperkt blijft, heeft gevolgen voor de interne concurrentie, maar volgens Luyten hoeft dat geen rem te zijn. Een kleine maar hechte groep kan elkaar evenzeer vooruitstuwen. Hij ziet dat bij de junioren, waar Jari en Aloïs elkaar op training naar een hoger niveau tillen. Toch zou meer breedte welkom zijn, niet alleen om de onderlinge strijd te vergroten maar ook om als land meer UCI‑punten te verzamelen. De federatie kiest bewust voor een sterke focus op jeugdwerking, gesteund door Sport Vlaanderen. Daar ligt volgens Luyten de grootste hefboom voor de toekomst, al blijft aandacht voor beloften en elites noodzakelijk omdat zij het uithangbord van de sport vormen.
Om België opnieuw als mountainbikeland op de kaart te zetten, is volgens de bondscoach meer nodig dan talentontwikkeling alleen. Hij pleit voor een structurele versterking van de binnenlandse competitie, met grotere wedstrijden, technischere parcoursen en meer zichtbaarheid in de media. Dat vraagt samenwerking tussen federatie, organisatoren en ouders. Iedereen moet aan hetzelfde zeel trekken, benadrukt hij. De federatie moet een aantrekkelijk aanbod creëren en helder communiceren, terwijl organisatoren en entourage mee moeten bouwen aan een duurzaam competitielandschap.
Bron : MTB – Jeff Luyten




