De eerste rondes in Daolasa di Commezzadura zitten erop voor de Nederlander en Tom Pidcock – de twee meest verwachte namen voor de olympische crosscountrywedstrijd tijdens de UCI Wereldkampioenschappen mountainbike in Val di Sole-Trentino op zondag 30 augustus. Beiden starten vanuit de vijfde startrij: “Ik weet dat het lastig wordt, maar ik ben hier om een poging te wagen,” aldus Van der Poel.
Val di Sole en Trentino hebben lang op hen gewacht. Mathieu van der Poel en Tom Pidcock zijn aangekomen in Daolasa di Commezzadura. De Brit – tweevoudig olympisch kampioen mountainbiken – koos ervoor zich ver buiten de schijnwerpers voor te bereiden, en ook de Nederlander liet weinig los richting de buitenwacht. Achter die stilte schuilt één zekerheid: geen van beiden is naar de UCI Wereldkampioenschappen Mountainbike 2026 in Val di Sole-Trentino (van 26 tot en met 30 augustus) gekomen om slechts het deelnemersveld op te vullen. Gezien hun staat van dienst zou alles anders dan een topprestatie een verrassing zijn.
Waar Pidcock zich volledig afschermde, bereidde Van der Poel zich voor tussen Livigno en één enkel officieel optreden: zijn rentree in de UCI World Cup (UCI MTB World Series) in Les Gets. Hij eindigde daar als tweede achter een van de uitblinkers van het mountainbikeseizoen: Adrien Boichis, die op donderdag 27 augustus al het goud op de Cross-country Short Track had veroverd.
De 31-jarige Nederlander – winnaar van onder meer Milaan-Sanremo (tweemaal), de Ronde van Vlaanderen (driemaal) en Parijs-Roubaix (driemaal), evenals wereldkampioen op de weg bij de elite (2023), achtvoudig wereldkampioen veldrijden en wereldkampioen gravel (2024) – keert terug naar Val di Sole met als doel de enige regenboogtrui te veroveren die nog ontbreekt in zijn uitzonderlijke collectie.
“In een ideaal scenario had ik nog enkele Wereldbekerwedstrijden gereden om een betere startpositie te bemachtigen, maar zo is het nu eenmaal gelopen,” zei Mathieu van der Poel. “Zondag zal ik ook wat geluk nodig hebben. Ik weet dat het lastig wordt, maar ik ben hier om een poging te wagen.”
Over de vergelijking met Pidcock, die net als hij vanaf de vijfde startrij vertrekt, voegde Van der Poel toe: “Het wordt niet alleen voor mij lastig; ook voor Pidcock zal het moeilijk zijn. Als we in de eerste twee ronden niet snel kunnen opschuiven, wordt het erg lastig.“

Zowel Pidcock als Van der Poel verkende vrijdagochtend het cross-countryparcours in Val di Sole. Voor de Brit was het de eerste kennismaking met het parcours in Daolasa, terwijl de Nederlander hier al eerder de Wereldbekerwedstrijd van 2019 reed en zowel de Short Track als de Cross-country Olympic op zijn naam schreef.

“Het is een erg mooi parcours,” voegde de Nederlander eraan toe. “Ik vond dat het behoorlijk veranderd was ten opzichte van de vorige keer, maar het blijft een parcours dat me ligt.”
Voor Mathieu van der Poel kwam ook ploeggenote Puck Pieterse aan het woord. Na haar achtste plaats in de Short Track gaat ze in Val di Sole op jacht naar een medaille; ze won hier eerder al de cross-countrywedstrijd op Wereldbekerniveau, zowel in 2023 als vorig seizoen.

“Ik ben al vaak in Val di Sole geweest, zowel voor mountainbiken als veldrijden, en ik heb veel goede herinneringen aan deze plek en deze wedstrijd. Het parcours bevalt me: het is uitdagend, maar loopt vloeiender dan vorig jaar en is vooral erg leuk. Gezien het verloop van het seizoen start ik denk ik met een kleine achterstand op Jenny Rissveds en Sina Frei, maar ik hoop de strijd met hen aan te kunnen gaan,” aldus Puck Pieterse.
Bron : PM
Foto’s: Michele Mondini




